DACE is een onafhankelijk stichting met als missie de constante ontwikkeling van de vakgebieden Cost Engineering en Value Management door de gehele keten heen binnen de procesindustrie, grond-, weg- en waterbouw (GWW) en machinebouw & maakindustrie in Nederland.

NAP Contactbijeenkomst 30 januari 2020

Datum: 30-jan-2020

De software en hardware van de energietransitie

De eerste contactbijeenkomst van 2020 was voorlopig de laatste reguliere bijeenkomst die in het teken van de energietransitie stond. Daarbij werd deze avond als eerste op de communicatie rondom de transitie ingegaan. Of meer precies geformuleerd, wat is de beste aanpak als je als bedrijf niet alleen technisch aan de energietransitie bijdraagt maar dat ook wilt uitstralen naar het publiek en wilt laten zien dat je steeds groener wordt. Naast deze zachte kant van de energietransitie kwam ook de harde kant aan de orde. Voor welke uitdagingen staat een netbeheerder om al die nieuwe productielocaties zoals windparken en zonnepanelen aan te sluiten en daarbij, met de grotere afhankelijkheid van zon en wind, vraag en aanbod te balanceren.

NAP-voorzitter Frank van Ewijk introduceerde de sprekers en keek ook alvast vooruit naar de volgende bijeenkomst op 14 mei, wanneer de NAP het 60-jarig bestaan zal vieren. Op die bijeenkomst zal de NAP Energy Transition Award worden uitgereikt. Frank gaf aan dat de volgende dag informatie over deze prijsvraag op de website zal staan en riep de aanwezigen op om mee te doen aan deze competitie.

Communicatie en de Noord-Zuidlijn

De eerste spreker deze avond was Alex Sheerazi, cultureel antropoloog en medeoprichter van communicatiebureau Buro de Steeg. Hij wordt vaak betrokken bij projecten die in zwaar weer zijn gekomen, waarbij het vertrouwen is weggezakt en er problemen met stakeholders zijn. Rode draad in zijn bijdrage deze avond was de communicatie rondom de Noord-Zuidlijn (NZL) in Amsterdam. Hij opende zijn bijdrage met een foto van een grote rode pijl, ergens in de straten van Amsterdam met daarop de tekst “Hier zijn wij nu”. De pijl wees letterlijk naar de plaats waar de werklui op dat moment aan het werk waren, diep onder de grond.

Deze tekst was bedacht na de verzakkingen van huizen langs de Vijzelgracht in Amsterdam, nadat grondwater was gelekt in de bouwput van het station aldaar. Dat heeft geleid tot het vertrek van omwonenden en het dichttimmeren van huizen. Dit was wel het dieptepunt bij de bouw van de NZL, terwijl alleen nog maar was gebouwd aan de stations. Het boren van de tunnels door de zompige bodem van Amsterdam moest nog starten. Boosheid, slechte pers en het verdwijnen van het vertrouwen was het gevolg. Als de Bijenkorf al rechtop blijft staan dan gaat het wel fout bij de Munttoren, was de verwachting.

Het was wel duidelijk dat de communicatie rondom de NZL heel anders moest. De rode pijl op de foto droeg een aantal van de kenmerken van die nieuwe communicatie. Het ‘nu’ in de tekst symboliseerde dat over vandaag en morgen moest worden gesproken, niet over de belofte van een verre toekomst, met betere mobiliteit. Het communiceren van een belofte is problematisch als de planning gigantisch uitloopt en de kosten de pan uitrijzen. Zeker als de belofte werd begeleid met de boodschap dat de overlast minimaal zou zijn, omdat niet gesloopt maar ondergronds geboord zou worden. Als dan de Ferdinand Bolstraat er 10 jaar lang als een oorlogsgebied uitziet, afgesloten met bouwhekken, is ook die boodschap niet meer geloofwaardig. Uiteindelijk raakt het vertrouwen in de boodschap verloren. Het ‘nu’ wil de stad meenemen in de fysieke arbeid en de voortgang. Dat draagt het risico in zich dat als er problemen zijn bij de bouw, de pijl drie maanden op de Dam staat. Maar die openheid is nodig volgens de nieuwe communicatiestrategie.

Het ‘wij’ in de tekst verwijst naar het vakmanschap van de tunnelboorders en andere werkers onder de grond. Dus niet meer abstract communiceren door professoren en deskundologen over techniek en tunnelboormachines. De man of vrouw die het werk moet doen wordt geloofd, want die heeft ook het belang dat alles veilig moet.

Reputatie

De reputatie van het NZL zat dus op een behoorlijk dieptepunt en zoals Warren Buffet zegt, het verliezen van reputatie is erger dan het verliezen van geld. Op dat moment werd Alex bij het project betrokken en hij stond voor de opgave om het vertrouwen van de stakeholders weer terug te winnen. Wat voor aanpak past daarbij? Door deskundigen wordt dan vaak het communicatiemodel met de driehoek Leveren, Verwachting en Klantervaring toegepast. Door steeds beter te communiceren wat wordt geleverd en wat mag worden verwacht, wordt de klantervaring opgekrikt en zo wordt langzamerhand, stap voor stap de reputatie verbeterd. In een grafiek liet Alex zien dat vanuit het dieptepunt eerst een soort Bovag garantie moest worden bereikt; wij kunnen wat wij beloven en wij laten zien hoe we dat doen. Als dat stadium is bereikt is er ruimte om naar een volgend echelon te gaan, waarbij de trots op het project kan worden gecommuniceerd. Want er zijn wat huzarenstukjes geleverd, maar de ruimte om daarover te communiceren moest op deze manier stap voor stap groeien.

Er zijn een paar lijnen waarlangs die nieuwe communicatie is opgebouwd. Allereerst de herpositionering van afstandelijke bouwer naar sensitieve organisatie. Ondermeer door niet alleen maar professoren en onderzoekers in abstracto te laten praten over techniek en dat alles beheersbaar is, maar door de uitvoerders, de lassers en de monteurs aan het woord te laten. Zo kon een getatoeëerde bouwer in de Volkskrant vertellen dat hij in een puddingbroodje aan het boren was en hoe hij daarmee omging. De journalisten pakten deze berichten ook op waardoor het geluid rondom de NZL veranderde.

Een andere lijn van communicatie was om niet meer het evangelie van de techniek te verkondigen, maar door open te zijn over het feit dat het een helse klus is, de risico’s te benoemen en transparantie te tonen bij problemen. Deze openheid haalt ook veel spanning weg, spanningen waarbij vroeger geruchten en halve waarheden soms enorme proporties kregen. Na een rondleiding veranderde zelfs Youp van t Hek de toon in zijn columns. Niet dat hij een fan werd van de NZL. Dat laatste gold overigens wel voor ds. Gremdaat.

De laatste lijn van communicatie is die van gesloten bouwputten naar verbinding en betovering. Kijkdagen werden georganiseerd, waarbij bijvoorbeeld meer dan een half miljoen mensen kwamen kijken in het Rokin station. Een rioolbuis bij het RAI-station die meer dan 2 jaar bovengronds moest komen te liggen, werd in overleg met de buurt met de vele restaurants en terrassen behangen met planten en lichtjes. Jammer dat hij weer ondergronds moet was het commentaar nadat de 2 jaar voorbij waren.

Alex sloot af met de uitspraak van Paul Polman van Unlilever dat “if they can bring down the Egyptian government in 6 weeks, they bring us down in nanoseconds”.

Uitdagingen in netbeheer

De tweede spreker deze avond was Jan Vorrink, manager Control Center Systems Operations bij TenneT. Hij wilde laten zien hoe de elektriciteitsmarkt verandert met de aansluiting van de vele wind- en zonparken en de massale verwachte elektrificatie. Hij liet zien welke uitdagingen dit aan TenneT stelt en welke oplossingen hierbij gekozen worden. TenneT is in Nederland en in een deel van Duitsland de beheerder van het hoogspanningsnet van 110 kV en hoger tot en met 380 kV. Dat wordt gedaan met circa 4.500 mensen en met een bezit aan assets van ongeveer 20 miljard euro. Er geldt een minimale eis aan de grid beschikbaarheid van 99,99%, waarvoor Jan zich verantwoordelijk voelt. Die beschikbaarheid kan geen 100% zijn en daar moeten afnemers zoals de industrie ook rekening mee houden, met bijvoorbeeld eigen opslagsystemen. Vaak zit TenneT ver boven deze eis, maar dat zal door de instabiliteit van de veranderende markt steeds lastiger worden. Wezenlijk heeft TenneT drie taken: het instandhouden en plannen van een robuust hoog- en ultrahoog spanningsnet, het balanceren van vraag en aanbod en het faciliteren van de elektriciteitsmarkt.

De eerste uitdaging die Jan uitlichtte was het aansluiten van windparken op zee. Tot en met 2030 gaat het om circa 700 MW per jaar, waarbij het station IJmuiden Ver met 4000 MW wel bijzonder groot is. Jan toonde daarbij een AC-onderstation van 700 MW op zee. Daarop wordt het windpark aangesloten met inter-array kabels van 66kV; vanaf het onderstation lopen dan 220kV kabels naar land, waar het via een onderstation wordt aangesloten op het 380kV grid op land. Op zo’n onderstation zijn allerlei meetopstellingen voor andere functies opgenomen zoals een vogelradar. Met een nieuw ontwikkeld 2GW DC-onderstation zijn minder kabels benodigd en zullen minder onderstations nodig zijn wat tot minder hinder leidt. Het onderstation is wel zeker tien keer groter dan het AC-onderstation. Een tweede uitdaging is het aansluiten van alle zonneparken en -panelen op het net. De inschatting gebaseerd op verleende subsidies tot en met 2018 kan leiden tot extra elektriciteitsproductie van 8.500 MWp; ter vergelijk de totale vraag in Nederland is 19.000 MW.
Deze uitdagingen leiden tot verandering in de architectuur van het netwerk. Van productie in grote elektriciteitscentrales naar gedistribueerde productie, vaak verder afgelegen van het punt waar de energie nodig is en onder veel minder gecontroleerde omstandigheden. De zon schijnt immers niet altijd en het waait niet altijd. Tekorten kunnen dan een probleem zijn of juist overschotten. Tekorten kunnen opgelost worden met import, maar als ook de buurlanden met hetzelfde weertype te maken hebben dan ontstaat een echt probleem. Dan zou het goed zijn dat gebruikers investeren in opslagmethoden als waterstof, warmtepompen en vliegwielen. Zeker ook omdat de prijs enorm kan fluctueren in zo’n geval; Jan gaf het voorbeeld dat de prijs vorige week een keer tienmaal zo hoog was als normaal door allerlei onverwachte tekorten.

Ook in het transport kan congestie ontstaan, zeker met de grote afstanden. Dit wordt nog vergroot door de Europese eis om een deel van het netwerk in de toekomst voor gedeeld gebruik met andere landen te reserveren. Tenslotte zal het balanceren van vraag en aanbod steeds lastiger worden. Nu al wordt de balans honderden keren vaker doorgerekend dan 10 jaar geleden om de balans in evenwicht te kunnen houden.

Om deze ontwikkelingen goed op te vangen investeert TenneT in innovatie, met name digitalisering is van belang. Hier werden technieken genoemd als Frequency Containment Reserves, die herstel na onbalans moet bewerkstelligen, en Frequency Restoration Services, die de frequentie moet terugbrengen naar 50 Hz. Ook diverse pilots werden aangestipt. Een zo’n pilot betrof het experimenteren met het elektrische wagenpark voor de balancering van het net.

Hier vindt u het artikel wat Alex Sheerazi heeft geschreven voor de kenniswebsite van de Noord/Zuidlijn.

Hier vindt u de presentatie van Jan Vorrink.


Terug naar het agenda overzicht

Agenda

Biodiesel Amsterdam.pngfluor.pngVMI-GROUP-logo-PMS355.pngRdlogo27012013_3.pngCOFELYFabricom_73mm_RGB-Bi-Plain.pngFrieslandCampina.png