DACE is een onafhankelijk stichting met als missie de constante ontwikkeling van de vakgebieden Cost Engineering en Value Management door de gehele keten heen binnen de procesindustrie, grond-, weg- en waterbouw (GWW) en machinebouw & maakindustrie in Nederland.

Geschiedenis

NAP en DACE

NAP en de Dutch Association of Cost Engineers (DACE), zijn hecht met elkaar verbonden. Beide stichtingen hebben dezelfde penningmeester en directeur en tot 2008 was de voorzitter van NAP ook de voorzitter van DACE. In een verder verleden waren de banden nog veel nauwer en was DACE jarenlang een werkgroep van NAP. 

DACE - E.F. Boon

DACE is in de procesindustrie onder meer bekend door het ‘Prijzenboekje’, een handig instrument bij het opstellen van begrotingen. De werkgroep en het Prijzenboekje waren een initiatief van hoogleraar Chemische Werktuigen aan de Technische Hogeschool Delft E.F. Boon, die mede aan de wieg stond van NAP. 
Boon werkte kort na de Tweede Wereldoorlog als jong en ambitieus bouwkundig ingenieur bij de Bataafsche Petroleum Maatschappij op Curaçao. In die periode van naoorlogse expansie werden veel nieuwe procesinstallaties gebouwd, maar moest elk dubbeltje twee maal worden omgedraaid voordat het werd uitgegeven. Zijn chef vroeg hem een begroting te maken voor de bouw van een gasverwerkingsinstallatie.

Na afronding van het project bleek Boon de kosten te hebben onderschat. Een volgende begroting voor de constructie van een fabriek werd tot grote ergernis van zijn chef eveneens overschreden. Boon besefte dat het maken van begrotingen een vak apart was, een vaardigheid die hem tijdens zijn studie in Delft nooit was onderwezen. 

Als hij ooit hoogleraar werd, nam hij zich voor, dan zou hij zijn studenten onderwijzen in het maken van begrotingen. Die kans kreeg Boon vanaf 1949 aan de Technische Hogeschool in Delft. ‘Een van mijn doelstellingen was om wat je zelf niet of slecht hebt geleerd aan je studenten beter te leren.’ Het Koninklijk Instituut van Ingenieurs ondersteunde zijn streven met een rapport waarin het hoger technisch onderwijs in Nederland en in de Verenigde Staten met elkaar werden vergeleken. Budgettering stond daar, in tegenstelling tot in Nederland, op een hoog plan, evenals het maken van planning en scheduling. Die kennis was onder andere opgedaan met de aanleg van grote infrastructurele projecten, zoals de Hoover Dam, tijdens de depressie van de jaren dertig in de twintigste eeuw. 

In de Tweede Wereldoorlog moesten grote projecten als synthetische rubberfabricage binnen zeer korte tijd en binnen het begrote budget worden uitgevoerd. Een ander voorbeeld is het Manhattan Project, het plan van de Verenigde Staten om als eerste de atoombom te ontwikkelen. De conclusie van het rapport was dat de Nederlandse student in het hoger technisch onderwijs een groter ‘kostenbewustzijn’ moest worden bijgebracht. Het onderwijs in Delft en op de hogere technische scholen diende daarom te worden aangepast.  

Om de hervorming van het technisch onderwijs gestalte te geven, wilde Boon samenwerken met de chemische industrie in Nederland. ‘Dat was belangrijk omdat men het onderwijs aan de T.H.’s het beste kan dienen met gegevens welke direct uit het bedrijfsleven te voorschijn komen.’ Boon zette zich ook in voor het bedrijfsleven zelf.

In 1952 organiseerde hij een voordrachtenreeks met ervaren kostenbegroters uit de chemische industrie op de Vochema, de voorloper van de Machevo, over de economische problemen in die tak van nijverheid. Hierin werd veel aandacht besteed aan de vraag hoe men de kosten van nieuwe fabrieken moest ramen. Hij spoorde de betrokkenen aan zich te verenigen in een werkgroep ter bestudering van dergelijke vraagstukken. Op die manier ontstond de permanente Werkgroep Economische Problemen in de Chemische Industrie (Wepci).

Wepci

In 1959 publiceerde de Wepci haar eerste Prijzenboekje, dat tot op de dag van vandaag regelmatig zou verschijnen. Als voorbeeld diende een intern prijzenboekje van de AKU met richtprijzen voor materialen en oppervlaktebewerkingen. De AKU gaf toestemming dit boekje te gebruiken als basis voor het Wepci-Prijzenboekje. J.H. van der Torren, destijds directeur van ingenieursbureau Tebodin, herinnert zich dat boekje nog goed: 

“Als ingenieursbureau kochten wij veel in voor de industrie. Ook maakten we begrotingen die natuurlijk wel moesten kloppen, maar bij het opvragen van offertes kregen we altijd kale prijzen. Als we een tank van 10.000 liter wilden kopen, werd er niet bij verteld dat dit exclusief de nodige toebehoren was, zoals een inlaatpijp hier, een uitlaatpijp daar, een aftap of een peilglas dat nog moest worden gemonteerd. Dat was in het belang van de apparatenbouwer, want die wilden uit concurrentieoverwegingen een zo laag mogelijke prijs offreren. Maar dat betekende dat de reële prijs altijd veel hoger was dan de opgegeven prijs.’ Het Prijzenboekje bracht uitkomst. Hoewel het een klein, dun boekje was, was het van onschatbare waarde, omdat de daarin vermelde prijzen complete prijzen waren, dus inclusief het peilglas, de aftap en de inlaat- en uitlaatpijpen. Op die manier konden we sluitende begrotingen maken.” 

De uitgave van het prijzenboekje bracht veel werk met zich mee. De behoefte ontstond aan een professioneel secretariaat. Op voorstel van Boon sloot de Wepci zich daarom in 1960 aan bij NAP. NAP werd daarmee een actieve en nuttige werkgroep rijker.

In 1967 besloot de Wepci haar naam te veranderen in Werkgroep Begrotingsproblemen in de Chemische Industrie (Webci). Daarin, zo meende de werkgroep, kwam haar werkterrein, de techniek van het begroten, beter tot uitdrukking.

DACE en de professionalisering van de cost engineer

De geschiedenis van DACE laat zich beschrijven als onderdeel van een proces van professionalisering van het beroep van cost engineer, een ontwikkeling die nog steeds niet is afgerond. Bekende voorbeelden van beroepsgroepen die al vroeg professionaliseerden zijn die van de arts, de advocaat, de ingenieur en de notaris. Professionalisering gaat samen met de emancipatie van het beroep. Die emancipatie kan zich op verschillende manieren manifesteren, zoals in het oprichten van een eigen beroepsorganisatie, het verdiepen van het vakmanschap, het streven naar erkenning, het verbeteren van de kwaliteit van de opleidingen en het verhogen van de eigen status. 

De eerste beroepsvereniging voor cost engineers ontstond in de Verenigde Staten. De industrie daar, met name de olieraffinaderijen en de chemische industrie, moest begin jaren vijftig van de twintigste eeuw commerciële en economische beslissingen nemen, gebaseerd op een steeds complexer wordende technologie. Dit viel buiten de competentie van de toenmalige accountants en de professionele managers. Er ontstond behoefte aan bouwkundigen die inzicht hadden in de kosten en de winstgevendheid van nieuwe projecten. De Chemical Engineering Costs Quarterly ontwikkelde zich met artikelen van de University of New Hampshire over technieken en data voor het maken van kostenbegrotingen als spil van een beweging van cost engineers die hun eigen organisatie wensten.

In 1956 richtte de universiteit van New Hampshire de American Association of Cost Engineers (AACE) op. Andere geïndustrialiseerde landen volgden dit voorbeeld spoedig, zoals het Verenigd Koninkrijk in 1961 met de Association of Cost Engineers (ACostE). Om internationale samenwerking te stimuleren en te verbeteren, richtten AACE, ACostE en SMIEFC (Sociedad Mexicana de Ingenieria Economica Financiera y de Costos) samen met de Webci in 1976 een koepelorganisatie op, de International Cost Engineering Council (ICEC).
De Webci kreeg in 1977 een nieuwe identiteit door zich om te vormen tot een aparte stichting, de Nederlandse Stichting voor Kostentechniek, in het Engels aangeduid als Dutch Association of Cost Engineers (DACE). Daarmee kreeg ook de Nederlandse cost engineer zijn eigen beroepsvereniging. 

De band met NAP bleef aanvankelijk nauw. Beide organisaties behielden dezelfde directeur, penningmeester en voorzitter. B.J. Kruidering, directeur van NAP en DACE van 1995 tot 2003: “Toen ik directeur werd, bestond er veel synergie tussen beide organisaties. DACE was well placed binnen het NAP-netwerk.”

Toch groeiden de verschillen. NAP bestond veelal uit bestuurders en directeuren die zich richtten op industrieel beleid. DACE bestond uit ingenieurs en cost engineers die hun vak naar een hoger niveau wilden tillen. DACE zette zich op verschillende manieren in voor het verbeteren van de kwaliteit van het beroep van cost engineer, bijvoorbeeld door het organiseren van congressen en seminars.

In 1984 publiceerde DACE de eerste aflevering van het omvangrijke, losbladige Handboek Cost Engineers. Dit boek, dat begrotingsvraagstukken over de bouw van installaties voor de procesindustrie en de utiliteitsbouw behandelde, was een poging een leemte op te vullen, want een apart vak kostentechniek bestond niet op de HTS en de TH. Meestal kreeg iemand een opdracht van de directie voor het maken van een kostenbegroting of een planning, en die moest het dan maar verder zelf uitzoeken. DACE ijverde daarom met succes voor een opleiding cost engineering.

In 1985 startte het Instituut voor Hoger Beroepsonderwijs in Haarlem met een tweejarige avondcursus cost engineering, gecertificeerd door DACE. De studenten, veelal met een opleiding HTS en werkzaam in het bedrijfsleven of bij de overheid, moesten twee avonden in de week een programma verwerken dat aandacht besteedde aan de technische, economische, juridische en organisatorische aspecten van kostentechniek. De docenten waren allen werkzaam in bedrijven die deelnemers waren van DACE. Deze cursus is inmiddels verder ontwikkeld en wordt sinds 2003 onder de paraplu van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen gegeven. De opleiding werd en wordt regelmatig geaccrediteerd door de ICEC. Het diploma is internationaal erkend.

Omdat vanuit het bedrijfsleven steeds meer signalen kwamen die wezen op de behoefte aan korte en gerichte cursussen, zette DACE in 1995 aan de Technische Universiteit Twente de zesdaagse leergang ‘Introductie cost engineering’ op. Hierin werden onderwerpen behandeld die aan de orde kwamen bij het opstellen van een begroting voor investeringen in de procesindustrie.

DACE breidde het cursusaanbod in 2002 uit met een tweedaagse leergang ‘Value engineering & value analysis’. Het doel van value engineering is het bereiken van een optimale verhouding tussen prijs en product. Hoe kan de gewenste functionaliteit worden gerealiseerd tegen minimale kosten? Toepassing van value engineering op bestaande producten wordt value analysis genoemd. 

Het cursusaanbod is tegenwoordig ruimer en meer gevarieerd (zie Opleidingen).

In 2008 trok DACE met A. Rol, projectmanager bij Movares, een eigen voorzitter aan. Deze beslissing kan worden gezien als een nieuwe stap in het streven om DACE te transformeren tot een volwaardige beroepsorganisatie. DACE ontwikkelt zich door toename van het aantal Special Interest Groups, groei van het aantal actieve deelnemers aan de contactbijeenkomsten, stimuleren van “kruisbestuiving” tussen de SIG’s en sectoren, stimuleren van het schrijven van artikelen voor het vakblad COSTandVALUE en het aangaan van samenwerkingen met andere (internationale) professionele organisaties.

Op 1 november 2012 heeft Robert de Vries, werkzaam bij Stork, de voorzittershamer over DACE van Arno Rol overgenomen

In 2012 is het DACE Prijzenboekje editie 29 uitgebracht en in 2014 editie 30. In editie 30 heeft het vertrouwde DACE Prijzenboekje met richtprijzen voor de industriële procesinstallaties en bouwkundige constructies na bijna 45 jaar een metamorfose ondergaan en heet vanaf 2014 DACE Price Booklet. Het Prijzenboekje is in mei 2014 als boekje en – voor het eerst – ook als webbased versie in het Engels uitgebracht. In 2015 is editie 31 verschenen.

Eind 2014 heeft DACE een stap gezet naar de nieuwe wereld met een nieuw logo en een nieuwe website gekregen. DACE heeft op 27 november 2014 haar nieuwe logo en website www.dace.nl gelanceerd. Gedurende 25 jaar was een traditioneel muntstuk het symbool van DACE (Dutch Association of Cost Engineers). Vanaf 2014 is de vernieuwde website online en weerspiegelt het nieuwe logo de drie-eenheid voor projectmanagement: tijd, kosten en scope. Met een knipoog naar deze Triple Constraint is een bijzonder 3D-model ontworpen, dat zijn vorm ontleent aan een vakwerk van constructie-elementen, die Value Management, projectbeheersing en interactie (netwerk) representeren en het Escher-achtige ontwerp geeft de dilemma’s van de cost engineer aan.

Eind 2015 heeft DACE een geheel vernieuwde kennisbank opgezet. Op deze kennisbank kun je gemakkelijk veel documenten en bestanden terugvinden, die van grote waarde zijn voor Cost Engineers en Value Managers.

Afgelopen jaren zijn er bij DACE meerdere SIG’s gekomen, zoals SIG Cost Engineering Machinebouw & Maakindustrie (SIG CEMM) en in samenwerking met NVBK SIG High Complexity Buildings (SIG HCB). Er zijn nu 8 SIG’s, waarbij SIG Planning in april 2016 opgericht is. Ook is DACE bezig met de oprichting van DACE Young Professionals. Deze nieuw op te richten DACE Special Interest Group (YP) is vooral bedoeld om jonge professionals te helpen bij hun ontwikkeling als Persoon, Professional en Participant in de keten (3P’s).

Daarnaast is DACE bezig met het opzetten van een vernieuwde Certified Cost Engineer opleiding. Deze opleiding werd tot medio 2016 aan de HAN gegeven, waarbij er geen mogelijkheid bestond om delen in modules te volgen. De nieuwe (Engelstalige) CCE opleiding wordt klaargestoomd voor de toekomst en zal een meer modulair karakter krijgen en er wordt gestreefd naar een kortere doorlooptijd (ruim 1 jaar).  

Het aantal eigen DACE cursussen en opleidingen is enorm gegroeid: Essenties van Cost Engineering, Essenties van Project Cost Control , Basisopleiding Value Managment (2 x per jaar), VM Advanced-1 & 2 en de workshop LEAN.

De contactbijeenkomsten zijn levendiger dan ooit. Het aantal deelnemers is gegroeid van gemiddeld 50 naar ruim 90. Aansprekende thema’s worden vaak uit meerder invalshoeken belicht: vanuit asset owners / opdrachtgevers, ingenieursbureaus en toeleveranciers/aannemers. Vaak ook vanuit de verschillende sectoren die bij DACE aangesloten zijn: procesindustrie, grond-weg & waterbow of de machinebouw/maakindustrie. Dit verscherpt het inzicht en leidt tot levendige discussies.

 

Bron: " De Kracht van de keten, NAP en de Nederlandse procesindustrie 1960-2010". Klik hier voor het bestellen van het jubileumboek.

logoHarsveld_pms282+877.pngMovares_adviseurs_FC.pngGF_Blue-CMYK-(uncoated).pngBiodiesel Amsterdam.pngLabel_Tebodin_Hor_CMYK.pngVMI-GROUP-logo-PMS355.png