Verslag DACE-contactbijeenkomst 18 juni 2026 - Het DACE prijzenboekje

Verslag DACE-contactbijeenkomst 18 juni 2026 - Het DACE prijzenboekje

22 juni 2026 om 11:17 door Communicatie DACE 0 reacties


De tweede contactbijeenkomst van 2026 werd georganiseerd door de SIG CEPI, Cost Engineering voor de Proces Industrie. De bijeenkomst stond in het teken van de lancering van de 38e editie van het DACE prijzenboekje, inclusief inzage in de website, formele overhandiging en dankzegging aan een ieder die hieraan gewerkt heeft. Deze lancering werd omlijst met een tweetal presentaties. De eerste presentatie nam het publiek mee in de historie van het prijzenboekje en de wereld achter de getallen. De tweede presentatie gaf een praktijkvoorbeeld van de toepassing van het prijzenboekje.

DACE-directeur Jaap Reijntjes opende de bijeenkomst en nam het interessante programma van de middag door. Hij stond vervolgens stil bij de missie van DACE en de taak die daarin besloten ligt om het vakgebied levend te houden. Hij wees ook op de prijsvraag die door het NAP was uitgeschreven om nieuwe ideeën in het vakgebied te delen en liet tegelijk de QR-code zien waarmee men zich kon registeren om mee te doen aan deze competitie.

Verder wees hij nog op de volgende contactbijeenkomsten van 1 oktober en 26 november aanstaande. En vertelde enthousiast over de lichting cursisten van de CCE cursus, waarvoor de 12 deelnemers op dit moment in spannende afwachting zijn of ze geslaagd zijn. Daarbij werd de kwaliteit van de DACE-opleiding benoemd en vooral ook het belang hiervan voor het vakgebied. Ook wees hij nog op de eendaagse cursus voor Value Engineering en de aanstaande leadershiptraining.

Hierna nam Andy van Dijck, voorzitter van de SIG CEPI, het woord. Hij wees erop dat het Prijzenboekje het product is van deze SIG. Ieder van de acht technische disciplines heeft daarbij een eigen coördinator. De SIG is altijd op zoek naar nieuwe vrijwilligers dus hij riep een ieder op die interesse heeft om mee te doen. Hij introduceerde de twee sprekers, waarbij de eerste inging op de historie en de opbouw van het Prijzenboekje, meer het gezichtspunt van de uitgever. De tweede spreker betrof meer een ‘heavy user’ die zou aangeven hoe in de praktijk om te gaan met het Prijzenboekje.

Eddy Boon
De eerste presentatie werd gegeven door Bart Klarenbeek, senior adviseur bij IGG Bouweconomie. Hij begon zijn verhaal meer dan 70 jaar geleden in Curaçao met Eduard Francis Boon. Eddy zoals hij door vrienden werd genoemd werkte kort na de Tweede Wereldoorlog als jong en ambitieus bouwkundig ingenieur bij de Bataafsche Petroleum Maatschappij in Curaçao. Zijn chef vroeg hem een begroting te maken voor de bouw van een nieuwe gasverwerkingsinstallatie. Na afronding van het project bleek Eddy de kosten te hebben onderschat. Een volgende begroting voor de constructie van een fabriek werd tot ergernis van zijn chef eveneens overschreden. Eddy besefte dat het maken van begrotingen een vak apart was, een vaardigheid die tijdens zijn studie in Delft nooit was onderwezen. Als hij ooit de gelegenheid had, nam hij zich voor, dan zou hij studenten onderwijzen in het maken van begrotingen. Begroten is meer dan sommetjes uitrekenen, het is een vak apart.

Stel zo gaf Bart aan, dat je een investering van 100 miljoen euro moet ramen, zonder tekeningen, zonder gekozen leverancier, zonder offertes. Waarop zou je je dan baseren: eigen ervaring, historische projecten of misschien kengetallen? De uitdaging zit hem in het omgaan met onzekerheid.

Zo begon ook de missie van Eddy Boon. Later als hoogleraar in Delft nam hij de handschoen verder op en samen met mensen uit de industrie ontstond het initiatief om kennis over kostenramingen te verzamelen en toegankelijk te maken. Zo ontstond in 1959 het eerste prijzenboekje. Dat was niet bedoeld om de toekomst te voorspellen; dat lukt nog steeds niemand. Het doel was praktischer: een betrouwbaar vertrekpunt bieden voor beslissingen die vandaag genomen moeten worden. Dat was het in 1959 en dat is het in 2026. Eddy Boon zal zich ongetwijfeld herkennen in de hedendaagse cost engineer, die op basis van beschikbare informatie tot een goed geïnformeerde beslissing wil komen. Dat is nog steeds de kern van het vak, ondanks veranderingen in vorm: geen stapels papier of archiefkasten meer; ook geen diskettes of CD-roms. Tegenwoordig zijn het eerder dashboards en realtime data en mogelijk AI. De onderliggende data moet betrouwbaar en daarom bestaat het DACE prijzenboekje nog steeds.

Het verhaal achter de cijfers
Waar komen die cijfers vandaan, zo vroeg Bart zich vervolgens af. Want vertrouwen ontstaat niet omdat een cijfer in een boekje staat, maar omdat gebruikers begrijpen hoe dat getal tot stand komt. De wereld achter de getallen. Achter dat ene getal dat in het boekje schuilt een hele wereld van marktinformatie, leveranciers, projectervaring, regelgeving, experts en validatie. Binnen IGG Bouweconomie is men dagelijks bezig met het verzamelen, analyseren en verrijken van kostendata, niet alleen voor individuele projecten maar ook om ontwikkelingen in de markt zichtbaar te maken. Op die manier, als data wordt gevalideerd, geïnterpreteerd en in context wordt geplaatst, ontstaat informatie waarop mensen hun besluiten kunnen baseren. Zo kunnen twee projecten op het oog identiek lijken, gezien functie, omvang en technische specificaties. Maar met informatie over planning, locatie, marktomstandigheden of uitvoeringsaanpak kan de raming toch totaal anders uitpakken. Ruwe data en databases alleen zijn daarom niet voldoende; er is ook interpretatie nodig, door mensen.

De bron achter dat getal is dus niet een theoretisch model of een enkele bron; de bron is een netwerk van mensen die dagelijks met projecten, installaties en investeringen bezig zijn. Dat zijn leveranciers, contractors, asset owners en adviseurs. Dat is ook de reden waarom in het prijzenboekje met informanten uit verschillende delen van de keten wordt gewerkt. Die breedte zorgt voor toetsing, verrijking en objectiviteit van de getallen.

Vervolgens toonde Bart het plaatje van een piramide, dat onderaan begint met de MAMO, Materiaal, Arbeid, Materieel en Onderaannemers. Dat zijn de kleinste bouwstenen in de raming. Van daaruit wordt geconsolideerd naar werksoorten, bouwdelen, installaties en uiteindelijk het hele project. Bovenaan eindigt de piramide in een investeringsbesluit. Deze structuur is in principe onveranderd gebleven door de jaren heen. Dit laat zien dat iedere investering terug is te herleiden tot de bouwstenen; iets wat benchmarken, controleren en ramen mogelijk maakt.

Toekomst
Op deze bijeenkomst zou editie 38 van het prijzenboekje uitkomen. Iedere editie is een proces van 1,5 jaar werk van continu informatie verzamelen, toetsen, valideren, redigeren en publiceren. Ieder heeft daar een eigen rol, zo gaf Bart aan. De informanten leveren daarbij de informatie uit de markt, de hoofdstukcoördinatoren van DACE beoordelen de ontwikkelingen, de redactie verwerkt en controleert de data, het databasebeheer zorgt voor consistentie en uiteindelijk volgt publicatie. Dat proces zorgt voor betrouwbaarheid, essentieel voor goede besluiten.

Er veranderde veel in de loop der jaren, zo lichtte gaf Bart toe. Dikkere boeken, andere media zoals diskettes, online toepassingen, internationale edities. Hij ondervroeg ook de zaal en daarbij kwamen veranderingen in tooling en de digitalisering aan de orde. Kortom, vormen, technieken en gebruikers veranderden. Maar wat niet veranderde en wezenlijk hetzelfde blijft is het vertrouwen; het vertrouwen in de geproduceerde getallen.

En daarmee kwam Bart tot de laatste stap, AI. Eddy Boon zou het fantastisch hebben gevonden. AI neemt het taaie werk over zoals patronen herkennen, relaties leggen, scenario’s vergelijken en andere lastige taken. Maar AI maakt voor de cost engineer tijd vrij voor het echte werk, voor begrijpen, afwegen, uitleggen en beslissen. Besluiten nemen en verantwoording afleggen moet nog steeds door de mens worden gedaan. De toekomst zit in de combinatie van vakmanschap, betrouwbare data en slimme technologie.

Ook in de toekomst zal daarbij behoefte zijn aan betrouwbare informatie, opgebouwd vanuit kennis, gevoed door praktijkervaring en continu getoetst aan de werkelijkheid. Kortom een of andere vorm van het prijzenboekje zal nodig blijven.

>> Bekijk hier de presentatie van Bart Klarenbeek over het verhaal achter de cijfers >>

Lancering editie 38
Vervolgens nam Andy van Dijck het woord weer over en vroeg aan uitgever IGG Bouweconomie, in de persoon van Bart Klarenbeek, om het nieuwe Prijzenboekje editie 38 formeel te overhandigen aan het DACE- bestuur, in de persoon van Anton van der Steege.

Hierbij gaf Andy aan dat er door een groot team is gewerkt aan het prijzenboekje en hij benoemde en bedankte iedereen van dit team. De aanwezige hoofdstukcoördinatoren Erik de Boer, Jan Vermeulen en Marc Hengstmangers werden naar voren gehaald, evenals medewerkers van de uitgeverij IGG Bouweconomie, naast Marc zijn dat ook Bart Klarenbeek en Belinda Lebbink. Zij werden bedankt met een groot applaus en een prachtige bos bloemen.

Toepassing van prijzenboekje
De tweede spreker was Geert Henk Wijnants, principal integrity consultant bij Bilfinger. Bilfinger is een internationale industriële dienstverlener met een omzet van meer dan vier miljard euro per jaar. Voor circa 80% beslaan de werkzaamheden engineering en maintenance. Voor het overige vooral uit technologieën. De services zijn consultancy, design en engineering, projectmanagement, procurement en construction management. In een life cycle plaatje liet Geert Henk zien dat de consultancy services zich richten op de hele life cycle van een plant en welke plaats operations en maintenance consultancy daarbij hebben.

Geert Henk liet de rol van het DACE Prijzenboekje zien bij de zogenoemde risk based inspection of ageing equipment. Het doel van dit type inspectie is om een lange termijn overzicht te hebben per equipment welke problemen zich op welk tijdstip zullen voordoen. Dit geeft het management de juiste triggers om bijvoorbeeld op tijd een nieuw onderdeel te bestellen als duidelijk is dat in 2030 hier problemen zullen volgen. Of zo kan worden besloten om in een keer een aantal onderdelen te vervangen in plaats van iedere keer afzonderlijk de installatie stil te leggen. Zo’n lange termijn inzicht geeft de juiste triggers; de bijgeleverde kostenniveaus hebben een betrouwbaarheid van circa 50%.

Geert Henk nam het publiek mee in het complexe stappenplan dat onderliggend is om gestandaardiseerd tot zo’n overzicht te komen. Centraal daarbij staat de conditiebepaling, de condition assessment. Deze kan worden gebaseerd op het ontwerp met alle voorspellingen daarbij. De kunst is om dat met actuele conditiemetingen scherper te maken. Daarbij komt het begrip intelligente assets naar voren. Dat betreft dan sensoren en andere metingen aan assets die een actueel beeld geven van de toestand van het asset. Deze sensoren en andere metingen moet uiteraard zo gekozen zijn dat ze waarde toevoegen aan voorspelling van de toestand van het asset.

Belangrijk is om daarbij stil te staan bij de acceptatiecriteria. Conditie is een containerbegrip en dat moet nader gedefinieerd worden voor deze risk based inspection. Betreft het misschien alleen maar een anomalie of een flaw, die niet direct de end-of-life van de installatie beïnvloeden? Kan iets eenvoudig gerepareerd of vervangen worden? De conditie die voor dit type inspectie gezocht wordt, is dus gerelateerd aan end-of-life.

Op deze manier kon Geert Henk ook laten zien dat asset integrity management een lineair proces is dat op gestandaardiseerde manier uitgevoerd kan worden. In het rood van de risicomatrix wil geen enkel bedrijf terecht komen. Belangrijk daarbij is dat overal in het bedrijf dezelfde risicomatrix wordt gebruikt, Verder stond hij stil bij het beslissingsproces waarbij een ‘beste optie’ wordt gekozen op basis van LCC, Life Cycle Cyclus.

Op zo’n manier is een geïntegreerde lange termijn planning op te stellen, onafhankelijk van disciplines.

Gebruikte standaards integrity assessment
Geert Henk lichtte toe dat twee standaards aan de basis staan, de ISO 37301, compliance management systems en de CEN 17385, method for condition assessment of immobile constructed assets. Die laatste geeft een condition class van 1 tot en met 6, met 1= very good en 6 = unacceptable. De ISO standaard maakt onderscheid in drie verschillende gezichtspunten: ontwerp, onderhoud of management. Dat houdt respectievelijk in het voldoen aan de oorspronkelijke ontwerpeisen, conditie compliance zoals veroudering en slijtage en voldoen aan huidige (wettelijke) eisen, de Management of Change. Hierbij toonde Geert Henk een stoplicht met 6 lampen en het aantal waarnemingen dat daarbij hoorde. Zo waren vier waarnemingen te zien bij unacceptable; ieder zou denken dat dit veroudering betreft. Maar zo liet Geert Henk zien, het betrof hier 3 gevallen van Management of Change.

Het prijzenboekje heeft een belangrijke rol in dit proces. Voor de kostendata wordt gebruik gemaakt van het DACE prijzenboekje. Als bepaalde data over bijvoorbeeld zonnepanelen niet aanwezig is, worden ook andere bronnen gebruikt.

Geert Henk sloot af met een toepasselijke spreuk die hij tegenkwam op de gevel van een café in zijn stad Den Haag: in the past lies the present; in the present what will be.

>> Bekijk hier de presentatie van Geert Henk Wijnants over de toepassing van het DACE Prijzenboekje >>

Afsluiting
Bart Klarenbeek gaf nog een kleine demonstratie van de vernieuwde website met het prijzenboekje. Andy vroeg het aanwezige publiek tot slot wie in het publiek denkt dat er over vijf jaar nog een prijzenboekje bestaat. Er waren gemengde gevoelens te zien maar dat betrof vooral de vraag of het boekje nog op papier zou zijn te krijgen en misschien alleen maar digitaal te zien zou zijn. Ook een vraag was of AI dan een andere rol zou spelen. Hierbij werd uit de zaal aangegeven dat er voor de bouw al 2 AI-modellen bestaan. Al met al vatte Andy de discussie samen dat de vorm misschien veranderd zal zijn, maar dat behoefte aan goede brondata blijft bestaan.

Reacties

Plaats een reactie

Sluiten